Niveaus

Wat is jouw ski-, snowboard- of mountainbike-techniek, -conditie en -kennis niveau?

We hebben niveaus onderverdeeld in vijf onderdelen. Bij ieder programma, winter en zomer, verwachten we een minimaal niveau. Bekijk hieronder de niveaubeschrijvingen voor skiën, snowboarden en mountainbiken.

Ski- & snowboardniveaus

Doorgaans zijn er meerdere groepen bij een reis of training, deze worden door ons aan de hand van niveau en wensen ingedeeld. Het minimale niveau dat nodig is om mee te kunnen verschilt per reis. Bijvoorbeeld, bij onze off-piste trainingen zijn Afdaal-Techniek en Afdaal-Conditie het belangrijkst omdat we daar liften gebruiken. Bij deze trainingen worden groepen gemaakt voor alle niveaus, Rookie t/m Expert. Ga je mee tourskiën of splitboarden, dan verwachten we dat je qua afdalen al op Beginner- of Intermediate-niveau zit, maar ook Stijg-Techniek en -Conditie is belangrijk. Benieuwd wat jouw niveau is en welke skills je nog kunt ontwikkelen?

Afdaaltechniek

1. Rookie: Je skiet of snowboardt stabiel met tempocontrole en in middellange bochten van rode en zwarte pistes. Met goed zicht maak jij korte afdalingen in overzichtelijk terrein met zachte sneeuw.

2. Beginner:  Je skiet of snowboardt stabiel met tempocontrole en in middellange bochten op alle soorten pistes en skiroutes tot 30 graden. Met goed zicht maak jij korte afdalingen in overzichtelijk terrein met zachte of verspoorde sneeuw. Een korte traverse (snowboarders) is geen probleem.

3. Intermediate: Je skiet of snowboardt stabiel met tempocontrole, in middellange en korte bochten op alle soorten off-piste afdalingen tot 35 graden. Met goed maar ook met verminderd zicht maak jij middellange afdalingen door deels onoverzichtelijk terrein en door harde verspoorde sneeuw.

4. Advanced:  Je skiet of snowboardt stabiel met tempocontrole, in middellange en korte bochten op alle soorten pistes en off-piste afdalingen. Met slecht zicht maak jij lange afdalingen in onoverzichtelijk terrein met smalle doorgangen en couloirs tot 40 graden. Je kunt afdalen door een dicht bos, tussen rotsen of in bruchharsch.

5. Expert: Je skiet of snowboardt stabiel met tempocontrole, in lange, middellange en korte bochten op alle soorten pistes en off-piste afdalingen in elke steilheid. Met slecht zicht maak jij lange afdalingen in onoverzichtelijk terrein met smalle doorgangen en couloirs. Je kunt in elke steilheid afdalen door een dicht bos, tussen rotsen of in bruchharsch.


Afdaalconditie

1. Rookie: Je hebt voldoende conditie om in middellange bochten, een rode of zwarte piste in één keer af te dalen. Na een paar afdalingen door de zachte sneeuw naast de piste, merk je dat je moe wordt. Dit smaakt naar meer.

2. Beginner: Je hebt voldoende conditie om in middellange bochten, alle pistes en skiroutes met een steilheid tot 30 graden af te dalen. Een ochtend of meerdere ochtenden, korte afdalingen door de zachte sneeuw skien zijn vermoeiend maar geen probleem.

3. Intermediate: Je hebt voldoende conditie om in korte bochten, alle soorten pistes en off-piste afdalingen, in middellange stukken met een steilheid tot 35 graden af te dalen. Een hele dag afdalingen maken door de harde of zware sneeuw is geen probleem. Je kunt jezelf opladen voor nog zo’n dag.

4. Advanced: Je hebt voldoende conditie om in korte bochten, alle soorten pistes en off-piste afdalingen, in lange stukken met een steilheid tot 40 graden af te dalen. Meerdere dagen afdalingen maken door de harde, zware sneeuw of op ijs is geen probleem. Aan het einde van de dag kun je nog gas geven.

5. Expert: Je hebt voldoende conditie om in lange, middellange en korte bochten op alle soorten piste en off-piste afdalingen in elke steilheid af te dalen. Een hele week, volle dagen afdalingen maken door de harde, zware sneeuw of op ijs is geen probleem. Je bent onverwoestbaar.


Stijgtechniek

1. Rookie: Je hebt nog nooit getourd of gesplit.

2. Beginner: Je hebt geringe ervaring op tourski’s of een splitboard maar nog geen training gehad over de basistechniek van het touren, spitzkehren en ombouwen. Het terrein waarin je een tour maakt is overzichtelijk en er is geen risico bij een val. Op een ondergrond met zachte sneeuw en tot een steilheid van 30 graden (zonder spitzkehren) kom je stabiel boven.

3. Intermediate: Je hebt geringe ervaring op tourski’s of een splitboard en training gehad over de basistechniek van het touren, spitzkehren en ombouwen. Het terrein waarin je een tour maakt is open, deels onoverzichtelijk maar er is geen risico bij een val. Op een harde ondergrond en tot een steilheid van 35 graden kom je met o.a. spitzekehren stabiel boven.

4. Advanced: Je bent ervaren en getraind op tourski’s of een splitboard in o.a. bootpacken, spitzkehren op harsijzers in steil terrein of het afdalen in een touwgroep op de gletsjer. Het terrein waarin je een tour maakt is deels smal (couloir), onoverzichtelijk en er is op sommige stukken risico bij een val. Op een harde en ijzige ondergrond tot een steilheid van 40 graden, kom je stabiel boven.

5. Expert: Je bent zeer ervaren en goed getraind op tourski’s of een splitboard in o.a. bootpacken op stijgijzers, spitzkehren op harsijzers in steil terrein, het gebruik van een pickel of het afdalen in een touwgroep op de gletsjer. Het terrein waarin je een tour maakt is smal (couloir), onoverzichtelijk en er is risico bij een val. Op elke ondergrond en steilheid kom je stabiel boven.


Stijgconditie

1. Rookie: Je hebt voldoende conditie voor een korte klim of tour met een lichte rugzak. Bijvoorbeeld een bootpack tot 100 hoogtemeters (hm) of een tour tot 500 hm. In open en niet te steil terrein ben je 30 minuten tot 1,5 uur aan het bewegen. Je kunt dit vergelijken met 5 km hardlopen in het bos of een rit van 25 km op de mountainbike.

2. Beginner: Je hebt voldoende conditie om een dagdeel of meerdere dagdelen te stijgen met een lichte rugzak. Bijvoorbeeld een bootpack tot 200 hm of een tour tot 1000 hm. In open terrein tot een steilheid van 30 graden, ben je een 1 uur tot 3,5 uur aan het bewegen. Je kunt dit vergelijken met 10 km hardlopen in het bos of een rit van 40 km op de mountainbike.

3. Intermediate: Je hebt voldoende conditie om dagtochten of oversteek te maken met een zware rugzak (15kg). Bijvoorbeeld een korte bootpack tot 300 hm of een tour tot 1500hm. In open terrein met smalle passages tot een steilheid van 35 graden, ben je 2 tot 5 uur aan het bewegen. Je kunt dit vergelijken met 20 km hardlopen in het bos of een rit van 65 km op de mountainbike.

4. Advanced: Je hebt voldoende conditie om meerdaagse tochten of oversteken te maken met een zware rugzak (15kg). Bijvoorbeeld een bootpack tot 400 hm of een tour tot 2000hm. In terrein met smalle passages en/of een couloir tot een steilheid van 40 graden, ben je 3 tot 6 uur aan het bewegen. Je kunt dit vergelijken met het lopen van een marathon of meerdere dagen op de mountainbike door de bergen met 1500-2000 hm stijgen per dag.

5. Expert: Je hebt voldoende conditie om een week lang tochten of oversteken te maken met een zware rugzak (15kg). Bijvoorbeeld een bootpack van meer dan 500 hm of een tour tot 2500hm te maken. In ieder soort terrein en in iedere steilheid, ben je 4 tot 7 uur aan het stijgen. Dit kun je een week volhouden. Je kunt dit vergelijken met een week lang op de mountainbike of racefiets rijden door de bergen met 2000-2500 hm stijgen per dag.


Kennis

1. Rookie: Je kent misschien wel wat termen uit het lawinebericht, maar je hebt nog geen lawinecursus gevolgd. Je hebt een lezing over lawines bijgewoond. Bijvoorbeeld van een gids, een skischool of het Snow Safety Center.

2. Beginner: Je begrijpt de termen en informatie in het lawinebericht. Je kunt de steilheid van een helling bepalen (zowel op een kaart als op de berg zelf) en een lawineredding uitvoeren met gebruik van pieper, schep en sonde. Je hebt uitgebreide theoretische kennis. Je hebt bijvoorbeeld theorie Lawine I van het Snow Safety Center of de wePowder Safety Academy gevolgd. Eventueel heb je een Pieperfest bijgewoond.

3. Intermediate: Je kunt een tour plannen en daarbij werken met hellingoriëntaties, hoogtemeters en een beslismethode zoals de Stop or Go of Snowcard. Je kunt een lawineredding uitvoeren waarbij er meerdere slachtoffers (multi burials) betrokken zijn. Je hebt de Snowsafety Module van het Snow Safety Center of een vergelijkbare cursus gevolgd. Bijvoorbeeld de Alpinkurs van de Oostenrijkse ski- en snowboardleraren opleiding.

4. Advanced: Je kunt zelfstandig navigeren, beslissingen nemen en een comfortabel spoor kiezen in de klim en de afdaling. Je kunt de reductie methode van Munter toepassen in de praktijk. Je hebt Lawine II theorie en praktijk van het Snow Safety Center of een vergelijkbare cursus gevolgd.

5. Expert: Je kunt het lawinegevaar inschatten zonder gebruik te maken van een lawinebericht. Je kunt (dag)tochten leiden, hebt expertise op het gebied van EHBO, groepsdynamiek en complexe reddingsacties. Je beheerst basis alpine technieken met touw, stijgijzers en pickel. Je hebt Lawine III van het Snow Safety Center of een vergelijkbare cursus gevolgd. Aanvullend heb je de cursus hooggebergte (SSC) of een vergelijkbare cursus met alpine (touw)technieken gevolgd.


Mountainbikeniveaus

Bij een mountainbike reis of training vragen we een minimaal niveau, qua conditie en techniek. Bijvoorbeeld bij een cross country reis is je conditie belangrijk om de lange dagtochten aan te kunnen. Bij een trail reis pakken we de lift om boven te komen en zijn vooral je afdaal skills belangrijk om de technische trails aan te kunnen. Voor een enduro reis zijn zowel stijg als afdaal techniek belangrijk. Benieuwd wat jouw niveau is en waar je nog kunt ontwikkelen?

Afdaaltechniek

1. Rookie: Jij rijdt op een lage snelheid over gravel paden, landweggetjes, karrenpaden (double trails) en eenvoudige single trails. Deze paden of trails hebben een moeilijkheidsgraad S0 en zijn zeer breed (120 cm) en overzichtelijk. Er zijn geen obstakels.

2. Beginner: Jij rijdt op een lage tot gemiddelde snelheid over karrenpaden (double trails) en single trails. Deze trails, met een moeilijkheidsgraad S1-S2, zijn breed (90 cm) en overzichtelijk. De trails hebben natuurlijke obstakels zoals kleine drops-offs en trail-obstakels zoals floaters, a-frames en bruggetjes. Sommige stukken moet je lopen.

3. Intermediate: Jij rijdt op een gemiddelde snelheid over single trails en rockgardens. Deze trails met een moeilijkheidsgraad S2-S3 zijn gemiddeld breed (60 cm) en deels overzichtelijk. De trails hebben natuurlijke obstakels zoals drop-offs, rotsbanden en boomwortels en trail-obstakels zoals step ups, kom-bochten en skinny’s. Sommige stukken moet je lopen.

4. Advanced: Jij rijdt op een gemiddeld tot hoge snelheid over single trails, rockgardens en northshore. Deze trails met een moeilijkheidsgraad S3-S4 zijn smal (30 cm) en onoverzichtelijk. De trails hebben natuurlijke obstakels zoals grote drop-offs en trail obstakels zoals Gap Jumps, Roller Coasters en Log Rides. Een super exposed trail is voor mij geen probleem; ik blijf rustig, kalm, hou beide banden aan de grond en rij gecontroleerd naar beneden.

5. Expert: Jij rijdt op een gemiddeld tot hoge snelheid over single trails, rockgardens en northshore. Deze trails met een moeilijkheidsgraad S4-S5 zijn zeer smal (15 cm) en onoverzichtelijk. De trails hebben natuurlijke opstakels zoals grote drops, losse stenen, boomstammen en steile passages en trail-obstakels zoals Wallrides en Ladder Bridges. Een super exposed trail is voor mij geen probleem; ik blijf rustig, kalm, hou beide banden aan de grond en rij gecontroleerd naar beneden.


Afdaalconditie

1. Rookie: Jij rijdt op een lage snelheid over gravel paden, landweggetjes, karrenpaden (double trails) en eenvoudige single trails. Je hebt genoeg energie en concentratie om een aantal korte afdalingen per dag te maken. Je sport gemiddeld 2 uur per week.

2. Beginner: Jij rijdt op een lage tot gemiddelde snelheid over karrenpaden (double trails) en single trails. Je hebt genoeg energie en concentratie om meerdere dagdelen achter elkaar korte tot middellange afdalingen te maken. Je sport gemiddeld 3 uur per week.

3. Intermediate: Jij rijdt op een gemiddelde snelheid over single trails en rockgardens. Je hebt genoeg energie en concentratie om een hele dag, of dagdelen achter elkaar middellange afdalingen te maken. Je sport gemiddeld 4 uur per week.

4. Advanced: Jij rijdt op een gemiddeld tot hoge snelheid over single trails, rockgardens en northshore. Je hebt genoeg energie en concentratie om meerdere dagen achter elkaar middellange tot lange afdalingen te maken. Je sport gemiddeld 5 uur per week.

5. Expert: Jij rijdt op een hoge snelheid over single trails, rockgardens en northshore. Je hebt genoeg energie en concentratie om meerdere dagen tot een week lange afdalingen te maken. Je sport gemiddeld 6 uur per week.


Stijgtechniek

1. Rookie: Je maakt gemakkelijke beklimmingen op gravel paden, karrenpaden (double trails) en eenvoudige single trails. De trails zijn zeer breed (120 cm), overzichtelijk en hebben geen obstakels.

2. Beginner: Je maakt gemakkelijke beklimmingen op karrenpaden (double trails) en single trails. De trails zijn breed (90 cm), overzichtelijk en hebben obstakels zoals modderstroken, beekjes of bruggetjes.

3. Intermediate: Je maakt beklimmingen op single trails met steile stukken. Op sommige stukken moet je de fiets duwen of dragen. De trails zijn gemiddeld breed (60 cm), deels overzichtelijk en hebben obstakels zoals stukken met kleine boomwortels, rotsbanden en kleine steps.

4. Advanced: Je maakt beklimmingen op single trails met aanhoudend steile stukken. Op sommige stukken moet je de fiets duwen of dragen. De trails zijn smal (30 cm), onoverzichtelijk en hebben obstakels zoals stukken met grote boomwortels, rotsbanden en steps.

5. Expert: Je maakt beklimmingen op single trails met aanhoudend steile stukken. Op sommige stukken moet je de fiets duwen of dragen. De trails zijn zeer smal (15 cm), onoverzichtelijk en hebben obstakels zoals stukken met grote boomwortels, rotsbanden, losse stenen en steps.


Stijgconditie

1. Rookie: Je bent in staat om 2 uur of 15-25 km per dag op een laag tempo te fietsen, maar neemt meerdere lange pauzes. Meerdere dagen rijden klinkt uitdagend, maar je kunt 2 of 3 dagdelen met 2 uur pedaleren per dagdeel aan. Je kunt een of twee gemakkelijke beklimmingen aan. In totaal klim je 250-500 hoogtemeters per dag. Deze korte beklimmingen zijn op gravel paden, karrenpaden (double trails) en eenvoudige single trails. Je sport gemiddeld 2 uur per week.

2. Beginner: Je bent in staat om 3 uur of 25-45 km per dag op een gemiddeld tempo te fietsen, maar neemt meerdere korte pauzes. Meerdere dagen rijden klinkt uitdagend, maar je kunt 3 dagdelen met 3 uur pedaleren per dagdeel aan. Je kunt twee of drie gemakkelijke beklimmingen aan. In totaal klim je 500-1000 hoogtemeters per dag. Deze korte beklimmingen zijn op karrenpaden (double trails) en single trails. Je sport gemiddeld 3 uur per week.

3. Intermediate: Je bent in staat om 4-5 uur of 45-65 km per dag op een gemiddeld tempo te fietsen, maar neemt enkele lange pauzes. Meerdaagse tochten zijn geen probleem. Een van die dagen kun je ook 6 uur pedaleren en/of meer hoogtemeters maken. Je kunt drie of vier beklimmingen met steile stukken aan. In totaal klim je 1000-1500 hoogtemeters per dag. Deze middellange beklimmingen zijn op single trails. Op sommige stukken moet je de fiets dragen. Je sport gemiddeld 4 uur per week.

4. Advanced: Je bent in staat om 5-6 uur of 65-85 km per dag op een gemiddeld tempo te fietsen, maar neemt enkele korte pauzes. Meerdaagse tochten zijn geen probleem. Een van die dagen kun je ook 7 uur pedaleren en/of meer hoogtemeters maken. Je kunt drie of vier beklimmingen aan waarin het aanhoudend steil is. In totaal klim je 1500-2000 hoogtemeters per dag. Deze lange beklimmingen zijn op single trails met boomwortels en rotsen. Op sommige stukken moet je de fiets dragen. Je sport gemiddeld 5 uur per week.

5. Expert: Je bent in staat om 6-7 uur of 85-100 km per dag op een gemiddeld of hoog tempo te fietsen, maar neemt enkele korte pauzes. Meerdaagse tochten zijn geen probleem. Een van die dagen kun je ook 8 uur pedaleren en/of meer hoogte meters maken. Je kunt meer dan vier beklimmingen aan waarin het aanhoudend steil is. In totaal klim je 2000-2500 hoogtemeters per dag. Deze lange beklimmingen zijn op single trails met boomwortels en rotsen. Op sommige stukken moet je de fiets dragen. Je sport gemiddeld 6 uur per week.


Kennis

1. Rookie: Je rijdt gemarkeerde routes. Het onderhouden van je fiets kun je zelf, maar voor reparaties ga je naar de fietsmaker. Je hebt kennis van de basisvaardigheden zoals positie op de fiets, schakelen en remmen.

2. Beginner: Je rijdt bestaande routes en maakt gebruik van een app op je telefoon of een fietscomputer. Eenvoudige reparaties aan je fiets kun je zelf uitvoeren, zoals een (binnen)band vervangen en een gebroken ketting repareren. Je hebt kennis van de basisvaardigheden zoals balans in de bocht, pedaal beweging en frequentie en het lezen van de trail.

3. Intermediate: Je rijdt bestaande routes en maakt gebruik van een app op je telefoon of een fietscomputer. Onderdelen van de remmen of de aandrijving kun je zelf repareren of vervangen. Je hebt kennis van vaardigheden voor het rijden van een technische afdaling met obstakels en het nemen van bochten op snelheid. Je kent de regels die gelden voor trails en in het bikepark en bent bekend met de verschillende niveau’s. Bij een ongeval kun je eerste hulp verlenen en nooddiensten inschakelen.

4. Advanced: Je rijdt bestaande routes en/of past bestaande routes aan. Onderdelen zoals trapas, lagers en remvloeistof kun je zelf vervangen. Je hebt kennis van vaardigheden voor het rijden van een een technische klim en het nemen van krappe bochten en sprongen. Je kent de regels die gelden voor trails en in het bikepark en bent bekend met de verschillende niveau’s. Bij een ongeval kun je eerste hulp verlenen en nooddiensten inschakelen.

5. Expert: Je maakt zelf compleet nieuwe routes en kunt ook met een kaart en kompas navigeren. Ben jij een fietenmaker? Je kunt met het juiste gereedschap alle problemen zelf oplossen. Je hebt kennis van vaardigheden voor het rijden van steile afdalingen, krappe haarspeldbochten bochten en het nemen van grote sprongen en gaps. Je kent de regels die gelden voor trails en in het bikepark en bent bekend met de verschillende niveau’s. Bij een ongeval kun je eerste hulp verlenen en nooddiensten inschakelen.


Een dag op pad met een leraar of gids vraagt meer energie en concentratievermogen dan een dag zelf skiën, boarden of biken. We dagen je uit en laten niet alleen het lichaam maar ook de geest hard werken. Grenzen zijn persoonlijk en daarom is het belangrijk dat jij je grenzen kent en aan ons kenbaar maakt. Zo kunnen wij de beste route voor je uitzoeken.

Heb je vragen over onze niveau-indeling?

Neem contact met ons op

Reviews

Gebaseerd op 158 reviews

goeie club!

In Japan bleek eens te meer dat het niveau van kennis en kunde van Epique ongeevenaard is in Nederland. Alles soepel georganiseerd, men weet de weg naar de goede plekken en heeft goede tips. Skien in Japan is bijzonder! Skien in Japan met Epique is bijzonderder!

arend van bergeijk

Interesse?

Ga je met ons op avontuur? We laten je graag de schoonheid van de bergen, het gevoel van de perfecte bocht en de sensatie van het gewichtloos surfen op de poeder beleven.

Neem contact met ons op

Bestemmingen

Partners